29 maart 2018

F.A.Q.

Heb je een vraag voor het Juridisch Steunpunt?
We hebben de meest gestelde vragen alvast voor je op een rijtje gezet.
Staat jouw vraag er niet bij? Of is het nog niet helemaal duidelijk?
Aarzel niet om contact met ons op te nemen!

Je kunt het Juridisch Steunpunt bereiken via steunpunt@groningerstudentenbond.nl of door te bellen naar 050 – 363 4675. Ook kun je altijd het kantoor van de Groninger Studentenbond binnen lopen (zie het menu Contact). Daarnaast kun je ook middels onze Facebookpagina via een persoonlijk bericht je vragen of problemen doorsturen.

Mogen onderwijsinstellingen extra kosten verplicht stellen naast het collegegeld?


Nee. Studenten hoeven nooit extra te betalen voor voorzieningen die noodzakelijk zijn om de opleiding succesvol af te ronden. Wanneer je het collegegeld betaald hebt, mag je onderwijs volgen, tentamens afleggen en je krijgt toegang tot gebouwen en studievoorzieningen.

Wanneer een opleiding wel extra kosten vraagt voor noodzakelijk onderdelen, moet zij een kosteloos alternatief aanbieden. Indien een excursie verplicht gesteld wordt, moet er bijvoorbeeld een vervangende opdracht of stage aangeboden worden als kosteloos alternatief. Mocht de excursie niet vervangbaar zijn, dan mag een vergoeding voor de reis- en verblijfskosten van de student. Een excursie wordt alleen als niet-vervangbaar beschouwd wanneer het absoluut noodzakelijk is dat de student meegaat op excursie. Denk bijvoorbeeld aan een excursie naar Frankrijk voor de bachelor Franse Taal en Cultuur.

Een opleiding mag een student wel verplichten om een boek te kopen, mits zij ook gratis beschikbaar is in de bibliotheek. Hiervoor geldt dat er slechts één boek aanwezig dient te zijn in de bibliotheek.

 

Moet ik instellingscollegegeld of wettelijk collegegeld betalen?


De overheid bepaalt jaarlijks het wettelijke collegegeld. Dit is voor alle studies even hoog. Het instellingscollegegeld wordt door de onderwijsinstelling zelf bepaald, waardoor het per opleiding kan verschillen. Wanneer betaal je nou wettelijk collegegeld en wanneer betaal je instellingscollegegeld?

Wettelijk collegegeld betaal je als je:

  • Ingeschreven staat voor een bekostigde opleiding in het hoger onderwijs;
  • Geen vergelijkbaar diploma behaald hebt aan een andere bekostigde instelling in Nederland;
  • Voldoet aan de nationaliteitseis. Dat betekent dat je:
  1. Uit 1 van de landen in de Europese Economische Ruimte (EER), Zwitserland of Suriname komt, of
  2. Familie bent van een niet-Nederlandse EU-burger die in Nederland woont of
  3. Een verblijfsvergunning hebt die recht geeft op studiefinanciering

Het wettelijk collegegeld is voor 2017-2018 € 2.006,- en voor 2018-2019 € 2.060,-.

Op de tweede voorwaarde: ‘geen vergelijkbaar diploma behaald hebt aan een andere bekostigde instelling in Nederland’ bestaan 2 uitzonderingen. Je betaalt ook wettelijk collegegeld als je:

  • al wel een diploma aan een bekostigde instelling in Nederland hebt gehaald, maar voor de eerste keer een opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg volgt.
  • een tweede opleiding bent gestart tijdens een eerste opleiding en deze ononderbroken hebt gevolgd.

Voldoe je niet aan deze voorwaarden?
Dan betaal je instellingscollegegeld. Dit is vaak hoger dan het wettelijk collegegeld. Alleen voor ‘joint degrees’ met een buitenlandse instelling mag een instelling een lager collegegeldbedrag vragen.

Voorgaande regelingen treffen hbo-bachelors, wo-bachelors, hbo-masters en wo-masters.

 

Wat moet je doen als je met je studie stopt?

  1. Als je stopt met je studie moet je als eerste je uitschrijven bij de onderwijsinstelling. Voor een hbo-of universitaire-opleiding kan dit via studielink.
  2. Vervolgens geef je aan DUO via hun website door dat je stopt. Zij stoppen dan je tegemoetkoming of studiefinanciering.
  3. Indien je een studentenreisproduct hebt, moet deze stopgezet worden. Doe dit vóór of op de 5e werkdag van de 1e maand waarin je er geen recht meer op hebt. Anders krijg je een boete van € 97,- per halve kalendermaand. De site van studentenreisproduct.nl geeft een stappenplan weer voor het stoppen van je reisproduct.
  4. Voor het terugkrijgen van collegegeld moet je contact opnemen met je hbo of universiteit. Dit gaat niet via DUO maar via de onderwijsinstelling zelf. Het stoppen van je studiefinanciering of tegemoetkoming bij DUO is dus niet
  5. Heb je een tegemoetkoming ontvangen, dan hoef je deze niet terug te betalen. Doe je mbo 1 of 2, dan zijn je basisbeurs, reisproduct en eventuele aanvullende beurs altijd een gift als je stopt. Doe je mbo 3 of 4, of hbo of universiteit? Dan worden je beurs en reisproduct pas een gift als je binnen 10 jaar je diploma behaalt. Dit is niet het geval als je stopt in het eerste jaar van je opleiding. Je zou dan misschien gebruik kunnen maken van de zogenaamde 1-februariregeling.

Mocht je er nog niet helemaal uitkomen, dan heeft de duo een speciale wijzigingshulp. Hierin kun jij jouw situatie invullen en krijg je een persoonlijk stappenplan voor wat je moet veranderen om te stoppen met je studie.

 

Wat is de examencommissie en wat kunnen ze voor jou doen?


De examencommissie is verantwoordelijk voor het waarborgen van de kwaliteit van de tentamens en de diploma’s. Van iedere student moet de examencommissie op een onafhankelijke en deskundige wijze vaststellen dat hij/zij voldoet aan de eisen die de opleiding stelt om het diploma te verkrijgen. Daarnaast ziet de examencommissie toe op de naleving van het Onderwijs- en Examenregeling (OER).

De leden van de examencommissie worden bij de universiteit gekozen door het faculteitsbestuur en bij de hogeschool worden ze gekozen door het college van bestuur, tenzij de bevoegdheid overgedragen is aan een ander orgaan. Het bestuur moet de leden benoemen op basis van hun deskundigheid op het terrein van de desbetreffende opleiding of groep van opleidingen. Minimaal 1 lid moet verbonden zijn aan de opleiding en er moet minimaal 1 extern lid in de commissie aanwezig zijn.

In de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) staat in artikel 7.11, 7.12 en 7.13 vermeld wat de taken van de examencommissie zijn. Voor jou als student is het voornamelijk van belang om te weten dat de commissie richtlijnen en aanwijzingen vaststelt die betrekking hebben op het OER, maatregelen treft in het geval van fraude, vrijstellingen kan verlenen voor het maken van tentamens, het getuigschrift uitreikt met daarbij het diploma en beslist op verzoeken tot bijvoorbeeld een extra kans of de goedkeuring van je vakkenpakket.

De examencommissie beslist ook over de bezwaren en beroepen die je als student kunt indienen tegen een besluit dat je hebt gekregen. Met een besluit wordt bedoeld: ‘een schriftelijk beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling’. Een besluit is dus pas een besluit als het genomen is door een officieel orgaan van je opleiding. Wat de organen van je opleiding zijn, staat in het OER. Als je een besluit ontvangen hebt en je bent het er niet mee eens, kun je binnen de termijn in bezwaar gaan. Je bezwaarschrift komt bij de examencommissie terecht en zij zullen daarop een beslissing. Dit geldt ook voor de beroepsprocedure. De onafhankelijk- en deskundigheid van de examencommissie komt hier weer duidelijk naar voren.

 

Mag een onderwijsinstelling twee keer een bindend studie advies (bsa) uitbrengen?


Er zijn 2 typen onderwijsinstellingen: de particuliere (niet door de overheid-gefinancierde instellingen) en de reguliere (wel door de overheid gefinancierde instellingen). De regels over het uitbrengen van een bindend studie advies staan in de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW). Particuliere onderwijsinstellingen zijn hieraan niet gebonden en zij mogen dan ook hun eigen regels opstellen over het uitbrengen van een bindend studieadvies.

De reguliere onderwijsinstellingen zijn wel gebonden aan de WHW. Deze wet zegt dat onderwijsinstellingen één keer een bindend studie advies mogen uitbrengen. Als jij in het eerste jaar dus een positief bindend studie advies hebt gekregen dan kan de onderwijsinstelling je in je verdere studie niet nogmaals een bindend studie advies geven (art. 7:8b lid 1 WHW).

Een reguliere onderwijsinstelling kan in het eerste studiejaar ook een aangehouden studie advies uitbrengen. Dan heb je in je eerste jaar onvoldoende studiepunten behaald maar dan mag je toch door naar het tweede studiejaar omdat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Het bindend studie advies wordt dan als het ware uitgesteld en de onderwijsinstelling geeft je aan het einde van het tweede jaar alsnog het bindend studie advies. Dit is niet hetzelfde als twee keer een bindend studie advies uitbrengen en dit is daarmee niet in strijd met de WHW.

 

Waar staat het OER voor en wat houdt het in?


Het OER is een afkorting voor het Onderwijs- en Examenreglement. Dit OER heeft een wettelijke basis, wat betekent dat in de wet is geregeld dat elke instelling in het hoger beroepsonderwijs en wettenschappelijk onderwijs verplicht is om een Onderwijs- en Examenreglement op te stellen. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 7.13 Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). Op grond van dit artikel moet het bestuur van de onderwijsinstelling een OER opstellen voor elke opleiding dan wel elke groep van opleidingen. In dit OER moet adequate en heldere informatie omtrent de opleiding/groep van opleidingen worden opgenomen. Deze informatie ziet op de geldende procedures, rechten en plichten met betrekking tot het onderwijs en de examens. Alhoewel het instellingsbestuur hierin enige vrijheid geniet, bepaalt de wet dat er in ieder geval de volgende zaken moeten worden opgenomen in het OER;

  1. De indeling van de opleiding wat betreft examens, manier van onderwijs en afstudeerrichtingen
  2. De kwaliteit van kennis die de student zich eigen heeft moeten maken aan het einde van de studie
  3. De eventuele inrichting van praktische oefeningen
  4. De studielast, verdeeld over de verschillende onderwijseenheden
  5. Welke regels er zijn over het bindend studieadvies (BSA)
  6. De studielast voor een masteropleiding
  7. Aantal tentamens voor een vak
  8. De vaststelling dat een opleiding voltijd, deeltijd of duaal is
  9. De geldigheidsduur van een met goed gevolg afgelegd tentamen, geldigheid kan door examencommissie worden verlengd, veranderd studieprogramma kan de geldigheidsduur niet verkorten
  10. De manier waarop tentamens worden afgelegd, schriftelijk dan wel mondeling, de examencommissie heeft de bevoegdheid om in bijzondere gevallen anders te bepalen
  11. De manier waarop studenten met een handicap of chronische ziekte in de gelegenheid worden gesteld om de tentamens af te leggen
  12. De openbaarheid van mondeling af te nemen tentamens, de examencommissie kan hiervan in bijzondere gevallen afwijken
  13. De termijn waarbinnen de uitslag van een tentamen bekend wordt gemaakt, samen met de bevoegdheid van de examencommissie om hier al dan niet van af te wijken
  14. Op welke manier de student zijn tentamen kan inzien
  15. De manier waarop tentamens beoordeeld worden
  16. De manier waarop vrijstellingen kunnen worden verleend doordat vakken al zijn gehaald
  17. De voorwaarde dat bepaalde tentamens met goed gevolg moeten zijn afgelegd om andere tentamens te mogen maken
  18. De verplichting om deel te nemen aan praktische oefeningen om toegelaten te worden tot een tentamen, de examencommissie kan hiervan afwijken eventueel onder oplegging van vervangende eisen
  19. De bewaking van de studievoortgang en de individuele studiebegeleiding

Naast deze zaken kan het instellingsbestuur andere zaken hebben geregeld in het OER. Wanneer de examencommissie een besluit heeft genomen en je bent het daarmee oneens, is het raadzaam om het OER van jouw opleiding te raadplegen om te controleren op grond van welke bevoegdheid de examencommissie, of eventueel een ander orgaan binnen jouw onderwijsinstelling, het besluit heeft genomen. Wanneer deze bevoegdheid ontbreekt, zou je namelijk sterker kunnen staan in een eventuele procedure in het geval je het niet eens bent met een besluit.