Groningen, 16 december – ‘Veelbelovend’, zo omschrijft de Groninger Studentenbond (GSb) de proef met flexibel collegegeld die volgend jaar van start gaat. ‘Een flexibel collegegeldtarief waarbij per vak wordt betaald, maakt het financieel aantrekkelijker voor een student om zichzelf verder te ontplooien, ook buiten de opleiding. Studenten die een bestuursjaar willen doen of aan topsport doen en daarmee studievertraging oplopen, worden op deze manier niet onnodig belast’, aldus voorzitter Dion Glastra. De GSb wil daarom de Hanzehogeschool Groningen en de Rijksuniversiteit Groningen aansporen ook aan de proef deel te nemen zo gauw daartoe de mogelijkheid bestaat.

Door de invoering van het leenstelsel is de verwachting dat het voor studieverenigingen, sportverenigingen en studentenbelangenorganisaties moeilijker zal worden om bestuurders te vinden. Dat is een kwalijke zaak, zo stelt Glastra. ‘Het is belangrijk dat studenten zich ook naast hun opleiding kunnen ontwikkelen. Veel werkgevers hechten waarde aan bijvoorbeeld bestuurservaring en studenten doen vaardigheden op die ze binnen hun studie niet opdoen.’ De Groninger Studentenbond is dan ook erg blij met de nieuwe proef. ‘Het volledige collegegeld heffen van studenten die zich een jaar niet volledig op hun studie kunnen richten, is eigenlijk het straffen van mensen die aan zichzelf willen werken.’

De proef met flexibele collegegeldtarief zal volgend jaar starten aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Het zal betekenen dat studenten die een bestuursjaar doen of sporten op hoog niveau niet het volledige wettige collegegeld betalen, maar per vak collegegeld zullen betalen. Glastra wil dat de Hanze Hogeschool en de RUG zo spoedig mogelijk zullen aansluiten: ‘Hoe eerder de nieuwe regeling wordt ingevoerd in Groningen, hoe beter: uit ervaring blijkt dat veel studenten het financieel moeilijker hebben en dus minder snel geneigd zijn een jaar gas terug te nemen met hun opleiding. Om het studentenleven, dat de stad Groningen zo kenmerkt, in stand te houden is het van belang de (financiële) drempels zo laag mogelijk te houden.’