Elk jaar wordt het exwettelijk collegegeld verhoogd. Voor het jaar 2016-2017 is de hoogte van het collegegeld €1.984,- op basis van een voltijdse opleiding. Dit is veel geld voor een student en velen hebben dan ook moeite om dit te betalen. Menig student worstelt met zijn of haar financiële situatie. Je studie bekostigen wordt nog lastiger wanneer je hogeschool of universiteit je verplicht tot het betalen van extra kosten voor bijvoorbeeld een excursie of een licentie terwijl je al wettelijk collegegeld hebt betaald. Maar mag dit eigenlijk wel? Moet de onderwijsinstelling niet zelf alle kosten voldoen met betrekking tot onderwijs? Ze krijgen immers al een grote zak geld van de overheid en daarnaast ontvangen ze collegegelden.

Dit artikel zet kort uiteen wanneer je als student verplicht mag worden om te betalen voor onderwijs naast het collegegeld.
Als een student collegegeld heeft betaald, heeft hij recht op toegang tot onderwijs, tentamens en examens en bepaalde voorzieningen. Dit is bepaald in artikel 7.34 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW). Deze begrippen zijn niet heel erg duidelijk. Om deze begrippen nader te duiden zijn er een aantal Kamervragen aan de minister gesteld. Aan de hand van deze kamervragen heeft de minister een brief opgesteld om meer duidelijkheid te scheppen. Hierin onderscheidt zij drie categorieën kosten.

Categorie 1: Kosten die onderwijsinstellingen hebben op basis van hun wettelijke taak zullen zij zelf moeten bekostigen.

Op grond van de WHW hebben onderwijsinstellingen de plicht te voldoen aan een aantal wettelijke taken. Als er kosten voortvloeien uit deze taken, mogen deze niet worden doorberekend aan de student. De instellingen zullen aan deze kosten moeten voldoen door gebruik te maken van de inkomsten die zij ontvangen uit collegegelden en de rijksbijdrage. Te denken valt aan kosten voor administratieve handelingen, zoals de uitgifte van een collegekaart of getuigschriften. Daarnaast mogen ook geen kosten aan studenten doorberekend worden voor het afnemen van tentamens (of hulpmiddelen hierbij) en voor het verzorgen van (interactieve) vormen waarmee de studenten aan de slag gaan met de studiestof.

Naast kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de wettelijke taak van de instelling, kunnen er ook kosten voortvloeien uit de aard van de opleiding. Als bepaalde kosten niet voortvloeien uit de aard van de opleiding die een student volgt, mogen deze worden doorberekend. Ter illustratie, bij een opleiding tot sportleraar mogen geen kosten worden doorberekend aan de studenten voor gebruik van de sportvoorzieningen. Deze voorzieningen vloeien namelijk voort uit de aard van de opleiding. Een student rechten die gebruik wil maken van dergelijke voorzieningen zou onder omstandigheden wel om een vergoeding gevraagd kunnen worden.

Categorie 2: Kosten verbonden aan onderwijsbenodigdheden en (bepaalde) –voorzieningen mogen uitsluitend op basis van vrijwilligheid worden doorberekend aan studenten.

Als een student verplicht wordt om te betalen voor een bepaald onderdeel van de opleiding, dan zal de instelling een gratis alternatief aan moeten bieden. Slechts in speciale gevallen is dit niet mogelijk. Wanneer een student materiaal nuttigt, zoals een maaltijd bij een voedingspracticum, mag bijvoorbeeld een (kleine) vergoeding worden gevraagd. De maaltijd vervangt namelijk bepaalde kosten die de student dan niet meer hoeft te maken. Bij verplichte excursies voor een bepaald vak geldt dat er een alternatieve opdracht, zoals het schrijven van een verslag, mogelijk moet zijn. Slechts in zeer exceptionele gevallen kan een excursie niet vervangbaar zijn (bijvoorbeeld een excursie naar Egypte voor de opleiding Egyptologie). Dit moet dan vastgelegd zijn in het Onderwijs- en Examenreglement.
Er wordt verwacht dat studenten zelf de kosten dragen van een aantal onderwijsbenodigdheden zoals boeken of een laboratoriumjas. De student mag wel zelf kiezen waar hij deze benodigdheden vandaan haalt. Bij onderwijsbenodigdheden kan de student ervoor kiezen gebruik te maken van een gratis of goedkoper alternatief, zoals het lenen bij de bibliotheek of het kopen van tweedehands waren.

Categorie 3: Kosten bij niet verplicht onderwijs en extra diensten en voorzieningen

Uiteraard staat het de student vrij zich breder te oriënteren dan de opleiding en in dat kader kunnen ook extracurriculaire activiteiten worden aangeboden. Deze activiteiten hebben geen verband met de te behalen studiepunten en kunnen gevolgd worden op basis van vrijwilligheid. Vanzelfsprekend mag een onderwijsinstelling voor dergelijke activiteiten extra kosten doorberekenen aan studenten.

Als laatste dient vermeld te worden dat de instelling vrij is om kosten te vragen aan studenten voor alle diensten die geen rechtstreeks verband houden met de opleiding en het onderwijs. Bijvoorbeeld het gebruik van een koffieapparaat of kopieermachine.

Zwartboek

Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) heeft een zwartboek opgesteld met betrekking tot extra kosten naast collegegeld. Indien het bovenstaande verhaal je bekend voorkomt en je je afvraagt of jouw specifieke situatie bekend is, kun je dit zwartboek altijd even raadplegen. Je kunt dit hier vinden.

 

Alhoewel extra kosten voor onderwijs een lastig juridisch gebied is, biedt de brief van de minister wel enige duidelijkheid. In de praktijk blijkt echter dat er nog wel, tegen de wet in, kosten worden doorberekend aan studenten waar dit niet is toegestaan. Ben je benieuwd hoe jouw specifieke situatie zich verhoudt met het juridische kader omtrent extra kosten voor onderwijs? Schroom dan niet om contact met ons op te nemen. Wij kunnen je voorzien van een goed onderbouwd juridisch advies dat je kunt gebruiken om deze kosten aan te vechten. En bovenal, het leven van een student is al duur genoeg, dus ons advies is altijd gratis!

Dit artikel is geschreven door Floris de Vriend, medewerker bij het Juridisch Steunpunt.

Publicatiedatum: 20-04-2016.

##DISCLAIMER##
Het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond (GSb) is een onderdeel van de Studentenlijn (LSVb). Het Juridisch Steunpunt besteedt veel aandacht aan de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie.Het Juridisch Steunpunt Groningen is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele fouten en onvolkomenheden in de verstrekte informatie. Indien we opmerkzaam worden gemaakt van onjuistheden, zullen wij deze verbeteren.Tevens is het Juridisch Steunpunt Groningen niet aansprakelijk voor enige vorm van schade, materieel en immaterieel, veroorzaakt door het gebruik van de inhoud, goederen of diensten.