De pilot Instellingsaccreditatie waaraan de RUG graag mee wil doen biedt kansen, maar creëert ook veel risico’s. Dat stelt Dion Glastra, voorzitter van de Groninger Studentenbond (GSb): ‘Onder meer de onderlinge vergelijkbaarheid van opleidingen tussen instellingen en de mate waarin externe partijen invloed hebben op de beoordeling, zijn serieuze risico’s die moeten worden weggenomen voordat de RUG daadwerkelijk kan deelnemen aan de pilot.’

Instellingsaccreditatie houdt in dat de onderwijsinstelling meer invloed krijgt op de beoordeling van de eigen opleidingen. Op dit moment is een onafhankelijke organisatie, de NVAO, hier verantwoordelijk voor. Het ministerie van OCW draagt instellingsaccreditatie aan als oplossing om de enorme bureaucratische druk die op instellingen ligt, te verlagen. Minister Jet Bussemaker ziet onder meer een grotere rol voor studenten weggelegd in het nieuwe systeem. Glastra: ‘Uiteraard juichen wij als GSb een verlichting van bureaucratische druk en meer inspraak van studenten toe, maar dat mag absoluut niet ten koste gaan van de kwaliteit van het onderwijs. Daarnaast moet de student een gefundeerde keuze kunnen maken tussen opleidingen aan verschillende instellingen’.

Vorige week heeft de studentenvertegenwoordiging in de Universiteitsraad, met goedkeuring van de adviserende studentleden van de Faculteitsbesturen en het CvB, door middel van een brief haar interesse kenbaar gemaakt in deelname aan de pilot. In de brief wordt gesproken over peer review (het door externen laten beoordelen) als basisvoorwaarde, maar de GSb vindt dat dit verder zou moeten worden uitgewerkt om de zorgen rondom instellingsaccreditatie weg te nemen. Daarnaast vindt de GSb dat deze risico’s te groot zijn om zomaar in een pilot te stappen, die al in 2017 zou moeten starten. Wel benadrukt Glastra de constructieve houding van het CvB, de medezeggenschap en de assessoren om het accreditatiesysteem te innoveren, te waarderen.

Glastra: ‘De medezeggenschap moet uitermate kritisch gaan kijken naar de verdere invulling van het plan en de belangen die studenten hebben bij goed onderwijs, daarbij als absolute prioriteit hebben. Pas als dit op een goede manier gebeurt, kan de student echt baat hebben bij een nieuw stelsel. Anders is het misschien toch beter om het beoordelen van opleidingen over te laten aan iemand die buiten de instelling staat.’