Category Archives: Juridisch blog

  • 0

Opgelicht via internet, wat nu?

Elke maand worden er miljoenen deals over de koop en verkoop van spullen die mensen aanbieden op Marktplaats of Ticketswap gesloten. Op elk willekeurig moment staan er op Marktplaats al zo’n zeven miljoen advertenties. Het is dan ook zeer waarschijnlijk dat niet alle advertenties eerlijk zijn en dat daardoor niet alle verkopen eerlijk verlopen. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat je keurig een koopsom naar iemand overmaakt, maar vervolgens nooit het product ziet waarvoor je die koopsom betaald hebt. Ook kan het zijn dat iemand belooft het geld over te maken voor een product, maar dat na verzending hiervan er vervolgens nooit wordt betaald. Wat zijn dan de juridische mogelijkheden tegen deze vormen van oplichting?

Aangifte bij de politie

Natuurlijk willen verschillende partijen dat de handel via internet zo goed mogelijk beschermd wordt. De politie is één van die partijen. Bij oplichting via internet is het slim om aangifte te doen bij de politie, oplichting is namelijk strafbaar gesteld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Aangifte is gemakkelijk (online) te doen via www.politie.nl. Het is echter de vraag of de politie wel iets met die aangifte doet. Zo bekijkt de politie of de persoon vaker veroordeeld is voor oplichting en naar de omvang van de oplichting. Een enkele aangifte tegen iemand leidt dan ook niet snel tot strafrechtelijk onderzoek. Daarnaast is het alleen mogelijk om geld terug te krijgen via de politie als de zaak wordt voorgelegd aan de strafrechter door de Officier van Justitie. Via aangifte bij de politie is het dan ook lastig om de andere partij aan te pakken en om jouw geld terug te krijgen.

Verplichtingen en plichten over en weer

Naast een strafrechtelijke weg is er ook nog een civielrechtelijke weg die gevolgd kan worden. Als je het via internet met een persoon eens wordt over de aankoop van bijvoorbeeld een studieboek, ontstaat er een koopovereenkomst. De koopovereenkomst staat in artikel 1 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Bij het sluiten van een overeenkomst ontstaan er meerdere rechten en verplichtingen voor de verkoper en de koper. Zo is de koper verplicht om de koopsom te betalen en moet de verkoper het goed overdragen aan de koper. Komt een partij zijn verplichting niet na, dan pleegt deze wanprestatie. Koop je bijvoorbeeld een fiets, en laat de verkoper na deze te leveren dan is het belangrijk de verkoper in gebreke te stellen.
Zo kan een koper van een fiets een brief sturen naar de verkoper om de fiets binnen twee weken te leveren. Doet de fietsverkoper dat alsnog niet , dan is hij in verzuim (dan schiet hij tekort). Als hier sprake van is, staan er verschillende opties open. Zo kun je bijvoorbeeld het betaalde geld terugeisen door de koop te ontbinden, eisen dat de verkoper alsnog het product levert of als je de koopsom nog niet hebt betaald, wachten met betalen. Als je de verkopende partij bent kun je eisen dat de koopsom betaald wordt, het product terugstuurt of wachten met het versturen van het product. Als de andere persoon echter onder een valse naam heeft gehandeld, wordt het lastig om nog contact te krijgen met deze persoon .

Wat als het toch mis gaat?

Let altijd goed op bij het kopen en verkopen van spullen via internet. Google de naam van de andere partij, check zijn bankgegevens en bekijk bijvoorbeeld of diegene een Facebook of LinkedIn heeft. Is het toch misgegaan met een koop of verkoop op internet? Het Juridisch Steunpunt zit op maandag t/m donderdag van 12:00 – 17:00u voor je klaar om je gratis en geheel vrijblijvend verder te helpen met dit soort kwesties. Je kunt het Juridisch Steunpunt bereiken via steunpunt@groningerstudentenbond.nl of door op bovenstaande uren te bellen naar 050 – 363 4675. Ook kun je altijd het kantoor van de Groninger Studentenbond even binnen lopen.


  • 0

Rechtsingangen binnen het hoger onderwijs

Als student ben je vaak enkele jaren met je studie bezig. In die jaren is het niet ondenkbaar dat je een keer ergens tegen aanloopt of het niet eens bent met een beslissing die verdere gevolgen voor het verloop van je studie heeft. In zo’n geval is het goed om te weten tot welke instantie je je kunt wenden met jouw probleem. In de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW) staat aangegeven wat studenten in een dergelijke situatie kunnen ondernemen. Je vindt er de rechten en plichten terug die je als wo- of hbo-student toekomen. Deze wet is dus niet van toepassing op mbo-studenten. Daarnaast vind je er regelgeving terug omtrent procedures die je kunt doorlopen als je het ergens niet mee eens bent.

Hoger onderwijsinstellingen dienen de regels van de WHW toe te passen en voor studenten kenbaar te maken in het Onderwijs- en Examenreglement (OER). Het OER kan tezamen met de WHW als leidraad dienen en geeft aan wanneer je bezwaar of beroep kunt aantekenen tegen een bepaald besluit en bij welk orgaan je dan aan het juiste adres bent. Daarnaast geeft het OER aan hoe je een klacht kunt indienen over een gedraging van een medewerker of een orgaan van de onderwijsinstelling. Is het je niet helemaal duidelijk welke gegevens een klacht, bezwaar-, verzoek- of beroepschrift dient te bevatten? Ook dat vind je in het OER terug.

Aangezien de WHW en het OER voor de onervaren lezer soms een doolhof kunnen zijn, hopen we in dit blog aan de hand van voorbeeldsituaties te verhelderen bij welke instanties je met welk probleem terecht kan.

De Examencommissie
In de WHW wordt de examencommissie omschreven als het orgaan dat op objectieve en deskundige wijze vaststelt of een student voldoet aan de voorwaarden die de OER telt ten aanzien van kennis, inzicht en vaardigheden die nodig zijn voor het verkrijgen van een diploma van de opleiding in kwestie.

Kortom: de examencommissie is verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de opleiding en de af te nemen examens. Als student ben je dan ook bij de examencommissie aan het juiste adres als je een klacht hebt over een examinator of een lid van de examencommissie zelf. Tevens is de examencommissie bevoegd om te oordelen over verzoeken van studenten die zien op het verloop van de studie.

Je kunt daarbij denken aan een verzoek tot vrijstelling voor een bepaald vak, een verlenging van de geldigheidsduur van behaalde studieresultaten of het verzoek tot een extra tentamenkans. In bepaalde situaties is het van belang dat je bijzondere of persoonlijke omstandigheden kunt aantonen, wil je verzoek gehonoreerd worden.

Het College van Beroep voor de Examens

Indien je het niet eens bent met een beslissing van een orgaan dan kan je in de meeste gevallen administratief beroep instellen bij het College van Beroep voor de Examens (CBE). Je kunt daarbij denken aan een beslissing van een examinator of de examencommissie, zoals het weigeren van een vrijstelling of de afkeuring van een vakkenpakket. Tevens is het CBE bevoegd ten aanzien van een beslissing omtrent de toelating tot een masteropleiding of een besluit waarin een negatief bindend studieadvies is afgegeven. Het is van belang dat je vanaf het moment dat het besluit is genomen, binnen zes weken je beroepschrift indient bij het CBE.

In de administratief beroepsprocedure zal het CBE nagaan of het besluit conform de formele vereisten is genomen en tevens toetsen of het orgaan in redelijkheid tot de genomen beslissing had kunnen komen. Het is daarbij belangrijk om te weten dat het CBE niet toetst of een opdracht of tentamen inhoudelijk gezien correct is beoordeeld, daar het CBE niet over de benodigde vakkennis beschikt.

Alvorens het CBE het beroep gegrond of ongegrond acht, nodigt het CBE je uit om met het orgaan waartegen het beroep is gericht, om tafel te gaan. De intentie hierachter is om te kijken of beide partijen bereid zijn om tot een schikking te komen. Lukt dit niet, dan verklaart het CBE het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond óf geheel of gedeeltelijk ongegrond.

Indien het beroep (gedeeltelijk) gegrond is verklaard, dan zal het orgaan waartegen het beroep was gericht een nieuwe beslissing moeten nemen. Is het beroep daarentegen (gedeeltelijk) ongegrond verklaard en wil je het er niet bij laten zitten? In dat geval kan je besluiten om de beslissing van het CBE voor te leggen aan een rechterlijke instantie, waarvan het College van beroep voor het Hoger Onderwijs (CHBO) de meest voor de hand liggende optie is. Houd er rekening mee dat je vanaf het moment dat het CBE een beslissing genomen heeft, zes weken de tijd hebt om een beroepschrift in te dienen.

Het instellingsbestuur
Voor sommige beslissingen staat de administratief beroepsprocedure bij het CBE niet open. Tegen dergelijke besluiten kan je bezwaar maken bij het instellingsbestuur. Het is verstandig om via het OER na te gaan wanneer je bij het instellingsbestuur aan het juiste adres bent. Daar is in ieder geval sprake van als je bezwaar wilt maken tegen een weigering tot in- of uitschrijving.

Voordat het instellingsbestuur een beslissing op bezwaar neemt, wordt de geschillenadviescommissie ingeschakeld om een advies uit te brengen en/of te kijken of er een schikking mogelijk is. Tevens word je als student in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord, voordat er een beslissing wordt genomen. Het instellingsbestuur heeft vanaf het verlopen van de bezwaartermijn tien weken de tijd om te beslissen op je bezwaar. Ook voor beslissingen van het instellingsbestuur geldt dat je vanaf het moment dat de beslissing op bezwaar genomen is, je binnen zes weken een beroepschrift kunt indienen bij het CHBO.

De klachtprocedure
Ben je het niet eens met een beslissing van een orgaan en ben je niet in de gelegenheid om een bezwaar-, beroep- of verzoekschrift in te dienen? In dat geval heb je nog de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de onderwijsinstelling. Aangezien de WHW geen regels geeft omtrent de inrichting van de klachtprocedure, is het aan te raden om in het OER na te gaan hoe deze procedure voor jouw opleiding is ingericht.

Heb je vragen of hulp nodig?
We hopen door middel van dit blog iets meer duidelijkheid te scheppen over de (soms) ingewikkelde procedures die binnen een onderwijsinstelling te doorlopen zijn. Mocht je desondanks met vragen zitten of kan je wel wat hulp gebruiken met het opstellen van een klacht, bewaar-, beroep- of verzoekschrift? Het Juridisch Steunpunt zit op maandag t/m donderdag van 12:00 – 17:00 voor je klaar om je gratis en geheel vrijblijvend verder te helpen. Je kunt het Juridisch Steunpunt bereiken via steunpunt@groningerstudentenbond.nl of door te bellen naar 050 – 363 4675. Ook kun je altijd het kantoor van de Groninger Studentenbond even binnen lopen.

Dit artikel is geschreven door Inge Hoiting, medewerker bij het Juridisch Steunpunt.

Publicatiedatum: 09-01-2017.

Het Juridisch Steunpunt is van ma. t/m do. geopend van 12:00 tot 17:00 uur en bestaat uit meerdere medewerkers. Het kan zijn dat je vraag niet van begin tot eind door dezelfde medewerker behandeld wordt, maar dat je soms van een andere medewerker antwoord zult krijgen. Wij zijn telefonisch te bereiken op 050 – 363 4675 of via de mail steunpunt@groningerstudentenbond.nl.

##DISCLAIMER##

Het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond (GSb) is een onderdeel van de Studentenlijn (LSVb). Het Juridisch Steunpunt besteedt veel aandacht aan de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. Het Juridisch Steunpunt Groningen is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele fouten en onvolkomenheden in de verstrekte informatie. Indien we opmerkzaam worden gemaakt van onjuistheden, zullen wij deze verbeteren. Tevens is het Juridisch Steunpunt Groningen niet aansprakelijk voor enige vorm van schade, materieel en immaterieel, veroorzaakt door het gebruik van de inhoud, goederen of diensten.


  • 0

Pas op! Copyright!

copyrightDe nieuwe wereld die door het ‘world wide web’ geschapen is, heeft  een sterke stimulans gegeven aan het delen van kennis en het digitaal ondernemen. Wanneer je online gaat ondernemen, houd dan rekening met bepaalde juridische kaders. Een daarvan heeft onder andere betrekking op het (her)gebruiken van afbeeldingen. Vrijwel elke deelnemer van de huidige digitale informatiemaatschappij komt weleens in aanraking met het zogenaamde copyright-teken, ©. Maar wat is nou de betekenis van een dergelijk teken? Waar moet je rekening mee houden als je digitaal afbeeldingen overneemt?

Ontstaan ©
Begin 20e eeuw vaardigden de Verenigde Staten de Copyright Act uit. Auteursrechtelijke bescherming kwam de auteur alleen toe als je bij je werk een copyright notice (kennisgeving) gaf.[1] Ontbrak een dergelijke notice, dan verloor je alle rechten op dat werk. Gemakshalve ontstond voor het geven van deze notice het alombekende ©. Na 1978 verviel met nieuwe wetgeving de eis van kennisgeving en was het werk ook zonder de juiste notice auteursrechtelijk beschermd.[2] In de VS verloor © dus zijn juridische betekenis.

Ondanks zijn bekendheid heeft het in Nederland nooit juridische waarde gehad. In Nederland, en de Europese Unie, ontstaat het auteursrecht op een afbeelding van rechtswege en heeft het copyright-teken geen juridische betekenis. Hoe wordt een afbeelding auteursrechtelijk beschermd en mag ik deze zomaar gebruiken?

Bescherming van afbeeldingen
Het auteursrecht is een exclusief recht dat ontstaat wanneer de afbeelding geschapen wordt, een inschrijving of iets soortgelijks is niet nodig. Met andere woorden, het ontstaat van rechtswege. In de wet wordt dit beschreven als een ‘werk’, zie artikel 1 Auteurswet. Niet elke afbeelding valt onder dit begrip. De Hoge Raad en het Europese Hof van Justitie hebben zich uitgesproken over de definiëring. Om hieraan te voldoen dient de afbeelding een eigen intellectuele schepping te zijn, aldus het Hof.[3] Er dient sprake te zijn van een uitdrukking van de persoonlijkheid van de auteur.[4] Bij foto’s wordt dit beoordeeld aan de hand van de creatieve keuzes die de auteur heeft kunnen maken zoals de camera-instelling, de invalshoek of de gecreëerde sfeer.[5]

Gebruik van afbeeldingen online
Al deze criteria zijn erg lastig vast te stellen. Wanneer een afbeelding op het internet staat, ga er dan vanuit dat er in beginsel een auteursrecht op rust. Dit betekent niet dat je helemaal geen gebruik mag maken van online afbeeldingen. Er zijn een aantal uitzonderingen in de wet opgenomen, zoals voor eigen oefening, studie of gebruik volgens artikel 16b Auteurswet.

Indien je een afbeelding wilt gebruiken waar een auteursrecht op rust, of je twijfelt daaraan, vraag toestemming aan de auteursrechthebbende om de afbeelding te mogen hergebruiken. Ook kun je een eigen afbeelding produceren, bijvoorbeeld door het maken van een foto of door het gebruik van fotoshop. Daarnaast zijn er tal van mogelijkheden om databanken te doorzoeken die auteursrechtvrije afbeeldingen aanbieden. Eén daarvan is de gebruiksrechten aanpassen via zoekhulpmiddelen wanneer je zoekt in Google afbeeldingen.

Heb je vragen over online auteursrecht? Of over een andere juridische kwestie? Schroom dan niet om contact met ons op te nemen. Ons team voorziet eenieder van gratis en vrijblijvend juridisch advies.

Dit artikel is geschreven door Floris de Vriend & Matthijs Verwer, medewerkers bij het Juridisch Steunpunt.

Publicatiedatum: 21-11-2016.

Het Juridisch Steunpunt is van ma. t/m do. geopend van 12:00 tot 17:00 uur en bestaat uit meerdere medewerkers. Het kan zijn dat je vraag niet van begin tot eind door dezelfde medewerker behandeld wordt, maar dat je soms van een andere medewerker antwoord zult krijgen. Wij zijn telefonisch te bereiken op 050 – 363 4675 of via de mail steunpunt@groningerstudentenbond.nl.

##DISCLAIMER##

Het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond (GSb) is een onderdeel van de Studentenlijn (LSVb). Het Juridisch Steunpunt besteedt veel aandacht aan de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. Het Juridisch Steunpunt Groningen is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele fouten en onvolkomenheden in de verstrekte informatie. Indien we opmerkzaam worden gemaakt van onjuistheden, zullen wij deze verbeteren. Tevens is het Juridisch Steunpunt Groningen niet aansprakelijk voor enige vorm van schade, materieel en immaterieel, veroorzaakt door het gebruik van de inhoud, goederen of diensten.

[1] Zie http://government-programs.laws.com/copyright-act-of-1909, laatst geraadpleegd op 16-11-2016.

[2] Zie http://www.copyright.gov/circs/circ03.pdf, p. 1, laatst geraadpleegd op 16-11-2016.

[3] HvJ, 16 juli 2009, zaak C-5/08, Infopaq, rechtsoverweging 37.

[4] HvJ, 1 december, zaak C-145/10, Eva-Maria Painer, rechtsoverweging 87.

[5] HvJ, 1 december, zaak C-145/10, Eva-Maria Painer, rechtsoverweging 90 en 91.


  • 0

Ongelijk loon, gelijke arbeid

untitledVeel studenten werken naast hun studie een aantal uren per week om financieel rond te komen. Ondanks dat zij dezelfde arbeid verrichten, kan het uurloon van deze jonge werknemers erg verschillen. Reden hiervoor is dat werknemers pas bij het bereiken van de 23-jarige leeftijd het minimumloon zullen ontvangen. Tot die tijd hebben zij slechts recht op het minimumjeugdloon.  Door velen wordt dit als erg onredelijk ervaren. Vakbond FNV Young & United heeft lange tijd gestreden voor afschaffing van het minimumjeugdloon, wat uiteindelijk zijn vruchten heeft afgeworpen.

Op dit moment geldt het minimumjeugdloon nog onverkort. Dit minimumloon is van toepassing op jongeren tussen van 15 tot en met 22 jaar. Een 15-jarige dient minimaal €2,64 per uur te verdienen, wat 30% is van het minimumloon van €8,80 dat geldt voor 23-plussers. Voor 18-jarigen geldt een minimumloon van €4,01 per uur en voor 22-jarigen een minimumloon van €7,48 per uur. Wel zijn op dit minimumloon nog een aantal andere factoren van invloed, zoals het aantal uren dat gewerkt wordt en de omvang van een fulltime dienstverband bij de werkgever. Welk minimumloon voor jou geldt op dit moment kan je berekenen via deze tool van de Rijksoverheid.

In 2017 en 2019 wordt de toepassing van het wettelijk minimumloon stapsgewijs vervroegd van 23 naar 21 jaar. Vanaf 2017 is het minimumjeugdloon niet meer van toepassing voor 22-jarigen, waardoor zij net zoveel gaan verdienen als 23-plussers. Vanaf 2019 geldt hetzelfde voor 21-jarigen. Voor 18- tot en met 20-jarigen wordt het minimumjeugdloon niet afgeschaft, wat FNV Young & United wel graag had gezien. Wel wordt het minimumjeugdloon voor deze jongeren verhoogd. Een uitgebreide tabel van deze verhogingen kan je hier vinden.

Het Centraal Planbureau (hierna: CPB) heeft onderzoek gedaan naar de wijzigingen van het minimumjeugdloon. Volgens het CPB zal de afschaffing van het jeugdloon voor 21- en 22-jarigen een verlaging van de werkgelegenheid van 5% met zich meebrengen voor deze groep jongeren. Dit komt neer op circa 15.000 personen. Ook de verhoging van het jeugdloon voor 18- tot en met 20-jarigen kan een daling van de werkgelegenheid met zich meebrengen. Wanneer het minimumjeugdloon met 1% stijgt, zal de werkgelegenheid volgens het CPB met 0,4% dalen. Om het dalen van de werkgelegenheid zoveel mogelijk te voorkomen, komt de overheid met een compensatieregeling voor werkgevers. Voor 18- tot en met 20-jarigen zal de werkgever een compensatie ontvangen voor de hogere loonkosten die de verhoging van het minimumjeugdloon met zich meebrengt. Doordat 21- en 22-jarigen het wettelijk minimumloon gaan ontvangen, zullen zij onder het lage-inkomensvoordeel (LIV) gaan vallen. Voor deze werknemers ontvangt de werkgever een compensatie wanneer zij 100-120% van het minimumloon ontvangen.

Ben jij in 2017 tussen de 18 en 20 jaar? Dan zal ook jouw minimumloon verhoogd worden. Wanneer je volgend jaar 22 bent, moet je werkgever zelfs het wettelijk minimumloon aan je uitbetalen. Houdt goed in de gaten of je werkgever deze wijzigingen doorvoert. Mocht dit toch tot een conflict leiden of heb je nog andere vragen over het minimumjeugdloon of het wettelijk minimumloon, dan kan je altijd contact met ons opnemen. Ons advies is geheel vrijblijvend en gratis.

Dit artikel is geschreven door Judith van der Veen, medewerkers bij het Juridisch Steunpunt.

Publicatiedatum: 14-11-2016.

Het Juridisch Steunpunt is van ma. t/m do. geopend van 12:00 tot 17:00 uur en bestaat uit meerdere medewerkers. Het kan zijn dat je vraag niet van begin tot eind door dezelfde medewerker behandeld wordt, maar dat je soms van een andere medewerker antwoord zult krijgen. Wij zijn telefonisch te bereiken op 050 – 363 4675 of via de mail steunpunt@groningerstudentenbond.nl.

##DISCLAIMER##

Het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond (GSb) is een onderdeel van de Studentenlijn (LSVb). Het Juridisch Steunpunt besteedt veel aandacht aan de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. Het Juridisch Steunpunt Groningen is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele fouten en onvolkomenheden in de verstrekte informatie. Indien we opmerkzaam worden gemaakt van onjuistheden, zullen wij deze verbeteren. Tevens is het Juridisch Steunpunt Groningen niet aansprakelijk voor enige vorm van schade, materieel en immaterieel, veroorzaakt door het gebruik van de inhoud, goederen of diensten.


  • 0

OM overweegt te vervolgen naar aanleiding van ontgroeningsincident Vindicat. Mag dit zomaar?

omVelen hebben de recente gebeurtenis omtrent de studentenvereniging Vindicat ongetwijfeld meegekregen. Na het incident met de zogenaamde ‘bangalijst’ lijkt een aspirant-lid van het Groningse studentencorps ernstige verwondingen te hebben opgelopen tijdens zijn ontgroening. Tijdens de ontgroening zou een ouderejaars naar aanleiding van een ruzie op het hoofd van het slachtoffer zijn gaan staan. Zowel het slachtoffer als zijn ouders hebben besloten hier geen aangifte tegen te doen[1].

Toch besloot het OM een strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar het ontgroeningsincident. Het OM geeft als reden hiervoor dat het gaat om een ernstig incident met een grote maatschappelijke impact.

De vraag die dit bij veel mensen oproept is: kan het OM zonder aangifte een strafrechtelijk onderzoek instellen, wat mogelijk eindigt in een vervolging? In dit geval is de politie zelf op het spoor gekomen van dit incident en onder leiding van de officier van justitie is een opsporingsonderzoek gestart. Wanneer de officier het bewijs voldoende en sterk genoeg acht wordt er tot vervolging overgegaan.

Het OM heeft als uitgangspunt het opportuniteitsbeginsel. Dit beginsel houdt in dat het OM kan beslissen dat een strafbaar feit toch moet worden vervolgd op grond van het algemeen belang zoals is bepaald in de artikelen 167 en 242 Wetboek van Strafvordering. Dit komt voort uit de gedachte dat het strafrecht het openbare belang dient. Ook een slachtoffer kan om vervolging vragen. Dit is echter dus niet nodig om iemand strafrechtelijk te vervolgen.

Het OM geeft aan dat het onderzoek wordt gerechtvaardigd door de ernst en de impact van het incident. Als na dit onderzoek het OM besluit dat het algemeen belang er mee is gediend om vervolging in te stellen dan is het OM vrij om dit ook daadwerkelijk te gaan doen. Het bestuur van de Groningse vereniging heeft aangegeven volledig te zullen meewerken aan het onderzoek gezien de ernst van het incident.

De studentenvereniging Vindicat beschikt over een eigen intern rechtssysteem en er is dan ook naar aanleiding van dit incident direct een intern onderzoek ingesteld. Een systeem als dit, met regels waaraan de leden zich moeten houden, is in eerste instantie niet ongebruikelijk. Echter, dit mag nooit in plaats van ons eigen rechtssysteem komen. Een gedraging zoals deze kan dan ook niet af worden gedaan in een interne rechtbank en vereist behandeling door een onafhankelijk en openbaar rechtssysteem.

Kortom: wegens het opportuniteitsbeginsel mag het OM zelf bepalen of een strafbaar feit vervolgd moet worden wegens het algemeen belang of niet. Als na onderzoek is gebleken dat strafrechtelijke vervolging van algemeen belang is, staat de weg tot strafrechtelijke vervolging door het OM open. Ongeacht of er aangifte is gedaan door het slachtoffer of niet. Wel zal het OM moeten motiveren waarom het algemeen belang gediend is met de strafrechtelijke vervolging.

Heb je naar aanleiding van deze blog nog vragen of heb je een ander juridisch probleem? Schroom dan niet om contact met ons op te nemen. Ons advies is geheel vrijblijvend en gratis.

Dit artikel is geschreven door Melissa Notkamp en Sanne Roorda, medewerkers bij het Juridisch Steunpunt.

Publicatiedatum: 17-10-2016.

Het Juridisch Steunpunt is van ma. t/m do. geopend van 12:00 tot 17:00 uur en bestaat uit meerdere medewerkers. Het kan zijn dat je vraag niet van begin tot eind door dezelfde medewerker behandeld wordt, maar dat je soms van een andere medewerker antwoord zult krijgen. Wij zijn telefonisch te bereiken op 050 – 363 4675 of via de mail steunpunt@groningerstudentenbond.nl.


##DISCLAIMER##

Het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond (GSb) is een onderdeel van de Studentenlijn (LSVb). Het Juridisch Steunpunt besteedt veel aandacht aan de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. Het Juridisch Steunpunt Groningen is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele fouten en onvolkomenheden in de verstrekte informatie. Indien we opmerkzaam worden gemaakt van onjuistheden, zullen wij deze verbeteren. Tevens is het Juridisch Steunpunt Groningen niet aansprakelijk voor enige vorm van schade, materieel en immaterieel, veroorzaakt door het gebruik van de inhoud, goederen of diensten.

[1] Openbaar Ministerie Noord-Nederland op 4 oktober 2016.


  • 0

Je rechten als werknemer

arbeidVeel studenten hebben een bijbaan, maar de rechten die je als werknemer hebt zijn niet altijd even duidelijk. Hoe zit het met de nieuwe aanzegplicht en de transitievergoeding? Krijg je wel genoeg pauze? Werk je niet te lang aan een stuk door? Betaal je teveel belasting? Dit en meer lees je hieronder.

Aanzegplicht bij opzegging contract van bepaalde tijd

Sinds 2015 geldt er voor  tijdelijke contracten met een looptijd van zes maanden of langer een aanzegplicht. Dit staat opgenomen in artikel 7:668 van het Burgerlijk Wetboek. De werkgever dient uiterlijk een maand vóórdat het contract van bepaalde tijd eindigt, schriftelijk mede te delen of het contract wordt voortgezet. Zo ja, dan dient hij de voorwaarden waaronder hij het contract wilt voortzetten mede te delen. Hierop zijn twee uitzonderingen gemaakt. Ten eerste op contracten die zijn aangegaan voor een periode korter dan zes maanden. Ten tweede op contracten waarbij schriftelijk is overeengekomen dat deze eindigt op een tijdstip dat niet op een kalenderdatum is gesteld, bijvoorbeeld bij inval tijdens ziekte. Leeft de werkgever deze regel in zijn geheel niet na, dan is hij aan de werknemer een vergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand. Is de werkgever de regel niet tijdig nagekomen, dan is hij aan de werknemer een vergoeding naar rato verschuldigd. Stel: de werkgever is twee dagen te laat, dan is een vergoeding van twee dagen loon redelijk.

Transitievergoeding

Sinds 1 januari 2015 bestaat er de transitievergoeding. Dit is een vergoeding die je ontvangt indien op initiatief van je werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigd wordt en langer dan twee jaar in dienst bent geweest. Dit geldt voor zowel vaste contracten als voor contracten van bepaalde tijd. Uitzonderingen hierop zijn: indien je ontslagen bent door eigen schuld, indien je ontslagen bent omdat je de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebt of bij ontslag door faillissement. De hoogte van de transitievergoeding wordt bepaald door het aantal dienstjaren en je maandloon. Voor ieder dienstjaar, krijg je een derde maandloon. Stel: je bent twee jaar in dienst geweest en verdiende 300 euro per maand. Je transitievergoeding is dan 200 euro, namelijk twee keer een derde van 300 euro. Klik hier om je transitievergoeding te berekenen.

Belasting terugvragen

Soms wordt er teveel belasting ingehouden van het loon. Dit kun je tot vijf jaar na afloop van een belastingjaar terugvragen. Of en hoeveel belasting je terug kan vragen, kun je berekenen met de rekenhulp van de Belastingdienst. Je belasting terugvragen doe je met het Aangifteprogramma van de Belastingdienst. Hiervoor heb je je burgerservicenummer, je jaaropgave en je DigiD nodig. De belastingdienst verzoekt iedereen om aangifte te doen voor 1 mei. Indien je aangifte doet voor 15 april dan krijg je uiterlijk 1 juli bericht. Doe je dit tussen 15 april en 1 mei dan probeert de Belastingdienst nog bericht te geven op 1 juli. Doe je dit pas na 15 april dan streven ze ernaar om binnen drie maanden bericht te geven.

Minimumloon

Iedere werkgever is verplicht  om het minimumloon plus vakantiegeld of het minimum jeugdloon plus vakantiegeld te betalen. Doet hij dit niet, dan is hij strafbaar. Wat het minimumloon is hangt af van je leeftijd en het aantal uur dat je werkt. Je kunt je  minimumloon hier vinden. Het vakantiegeld is acht procent over je loon en wordt meestal in een keer in de maand mei of juni uitbetaald. Er wordt echter steeds vaker het All- in loon gehanteerd. Bij het All-in loon worden het salaris, de vakantiedagen en de vakantietoeslag maandelijks uitbetaald.

Werktijden

Te lang aaneengesloten werken is niet toegestaan. Per dagdienst mag je maximaal twaalf uur werken  en tien uur per nachtdienst. Per week staat het maximum op zestig uur.  Over een periode van zestienweken mag je gemiddeld maximaal achtenveertig uur per week werken. Na een werkdag moet je minimaal elf uur rusttijd nemen en na een werkweek geldt dit voor de duur van 36 uur.

Pauze

Indien er in je CAO niets geregeld is dan bepaalt de wet je pauzes. In artikel 5:4 van de Arbeidstijdenwet staat dat wanneer je langer werkt dan vijfeneenhalf uur verplicht een pauze moet nemen van een halfuur. Dit mag opgesplitst worden in twee keer een kwartier. Indien je langer werkt dan tien uur, is een pauze van driekwartier verplicht. Ook deze pauze mag je opsplitsen maar er geldt een minimum van een kwartier per pauze.

 

Twijfel je of jouw werkgever zich aan zijn plichten houdt? Of heb je een andere juridische vraag? Schroom dan niet om contact met ons op te nemen. Ons advies is geheel vrijblijvend en gratis.

 

Dit artikel is geschreven door Laura Andriol, medewerker bij het Juridisch Steunpunt.

Publicatiedatum: 12-09-2016.

Het Juridisch Steunpunt is van ma. t/m do. geopend van 12:00 tot 17:00 uur en bestaat uit meerdere medewerkers. Het kan zijn dat je vraag niet van begin tot eind door dezelfde medewerker behandeld wordt, maar dat je soms van een andere medewerker antwoord zult krijgen. Wij zijn telefonisch te bereiken op 050 – 363 4675 of via de mail steunpunt@groningerstudentenbond.nl.


##DISCLAIMER##

Het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond (GSb) is een onderdeel van de Studentenlijn (LSVb). Het Juridisch Steunpunt besteedt veel aandacht aan de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. Het Juridisch Steunpunt Groningen is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele fouten en onvolkomenheden in de verstrekte informatie. Indien we opmerkzaam worden gemaakt van onjuistheden, zullen wij deze verbeteren. Tevens is het Juridisch Steunpunt Groningen niet aansprakelijk voor enige vorm van schade, materieel en immaterieel, veroorzaakt door het gebruik van de inhoud, goederen of diensten.


  • 0

Bindend studieadvies in je tweede studiejaar

bsaJe bent begonnen met een opleiding aan de hogeschool of universiteit. Een nieuwe en spannende periode in het leven van iedere beginnende student. Sommige studenten gaan direct op kamers, andere wachten nog even. Voor alle studenten geldt wel dat ze direct moeten wennen aan een nieuw onderwijssysteem, dit gaat de een makkelijker af dan de ander. Door omstandigheden blijkt het soms niet mogelijk te zijn om in twee jaar alle punten te behalen voor je propedeuse. In je tweede studiejaar krijg je daarom een negatief bindend studieadvies (hierna: bsa) en word je door de instelling gedwongen de opleiding te verlaten. Mag dit eigenlijk wel?

In beginsel dient deze vraag bevestigend beantwoord te worden. Een hogeschool of universiteit mag aan het eind van het tweede studiejaar een student een negatief bsa geven. Hier is wel een uitzondering op. Onlangs heeft het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (hierna: CBHO) in een uitspraak bepaald dat dit niet mag wanneer de student al eerder een bsa heeft gekregen voor dezelfde opleiding. Wanneer de hogeschool of universiteit dit toch doet, is dit in strijd met artikel 7.8b van de Wet op het Hoger Onderwijs.

Het gebeurt vaker dat universiteiten of hogescholen studenten aan het eind van het eerste jaar een positief bsa verlenen, om vervolgens aan het eind van het tweede jaar toch een negatief bsa te geven. De instelling geeft dan twee maal een bsa aan de student. Dit mag niet volgens het CBHO. Wanneer de student dus aan het eind van het tweede leerjaar nog niet zijn of haar propedeuse heeft behaald of aan andere vereisten niet heeft voldaan, maar wél eerder al een bsa heeft ontvangen, kan de hogeschool of universiteit niet alsnog een negatief bsa geven. De hogeschool of universiteit mag wel aan het einde van het eerste studiejaar besluiten om het bsa uit te stellen totdat de student zijn of haar propedeuse heeft behaald of aan de overige vereisten voor zijn of haar studie heeft voldaan. De instelling is er ook toe verplicht om de student tussentijds te waarschuwen voor het eventueel niet behalen van een positief bsa op basis van art. 7.8b lid 1 van de Wet op het Hoger Onderwijs.

Om te beoordelen of het bsa aan het eind van je tweede studiejaar geldig is, is het van belang om na te gaan of je in je eerste studiejaar een officieel bsa hebt ontvangen. Wanneer dit het geval is, mag de hogeschool of universiteit niet een negatief bsa geven aan het einde van het tweede jaar. Krijg je dit toch, dan kan je in bezwaar gaan. Wanneer het zo ver moet komen, kunnen wij je uiteraard helpen bij dit bezwaar.

Mocht je nog vragen hebben over het bsa en onderwijsrecht, zit je met een andere juridische vraag zitten of wil je graag hulp bij het opstellen van je bezwaarschrift neem dan vooral contact met ons op.

Dit artikel is geschreven door Judith van der Veen en Rozemarijn Verweij, medewerkers bij het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond.

Publicatiedatum: 29-06-2016.

Het Juridisch Steunpunt is van ma. t/m do. geopend van 12:00 tot 17:00 uur en bestaat uit meerdere medewerkers. Het kan zijn dat je vraag niet van begin tot eind door dezelfde medewerker behandeld wordt, maar dat je soms van een andere medewerker antwoord zult krijgen. Wij zijn telefonisch te bereiken op 050 – 363 4675 of via de mail steunpunt@groningerstudentenbond.nl.

##DISCLAIMER##
Het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond (GSb) is een onderdeel van de Studentenlijn (LSVb). Het Juridisch Steunpunt besteedt veel aandacht aan de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie.Het Juridisch Steunpunt Groningen is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele fouten en onvolkomenheden in de verstrekte informatie. Indien we opmerkzaam worden gemaakt van onjuistheden, zullen wij deze verbeteren.Tevens is het Juridisch Steunpunt Groningen niet aansprakelijk voor enige vorm van schade, materieel en immaterieel, veroorzaakt door het gebruik van de inhoud, goederen of diensten.


  • 0

Warenhuis of .NL?

webSteeds meer consumenten winkelen online. Meer dan zeven op de tien Nederlanders winkelt op het internet. In de afgelopen tien jaar is het aantal webwinkels in Nederland verzesvoudigd. Een van de voornaamste redenen van het recente faillissement van de V&D, aldus verschillende experts. Deze ontwikkeling versterkt de roep om goede online-consumentenbescherming. Hoe is het met deze bescherming in Nederland gesteld? Wat te doen indien het bestelde defect is, of niet naar wens is?

Sinds december 2013 is de positie voor consumenten die online winkelen aanzienlijk verbeterd. Zo is in de gehele Europese Unie de termijn voor het herroepingsrecht vastgelegd op een minimum van veertien dagen. Het herroepingsrecht betekent dat wanneer je online iets koopt, je de overeenkomst binnen veertien dagen kan ontbinden. Dit recht is geharmoniseerd in de Europese Unie en gebaseerd op de richtlijn 2011/83/EU, deze kun je hier vinden. De webwinkel is verplicht een standaardformulier aan te bieden waarmee je de overeenkomst kunt ontbinden. Heb je de overeenkomst ontbonden, dan heb je nog veertien dagen om het product te retourneren. In de praktijk bieden grote webwinkels zoals Zalando een langere herroepingstermijn aan. Dat is fijn, maar bedenk dat een termijn van veertien dagen het minimum is.

Op welke manier mag je testen of het product aan jouw wensen voldoet? Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen het proberen en het gebruiken van een product. Zo mag je kleding wel passen maar is het niet de bedoeling dat je deze gaat dragen. Per product zal verschillen wat onder proberen en wat onder gebruiken valt. Wees voorzichtig want een eventuele waardevermindering kan in rekening gebracht worden. Opvallend is dat wanneer je online een product aanschaft, je meer vrijheid hebt om deze te proberen dan wanneer je deze in een fysieke winkel koopt. Schaf je een laptop via de webshop van een elektronicagigant aan en ben je ontevreden, dan kan je deze retourneren en dien je het volledige aankoopbedrag terug te krijgen. Schaf je dezelfde laptop aan in de fysieke winkel van de elektronicagigant, en krijg je spijt van de aankoop, dan heb je –wettelijk gezien- geen recht op teruggave van het aankoopbedrag.

Indien je niet tevreden bent over je aankoop, dien je dan zelf de retourkosten te betalen? In beginsel dien je als consument deze kosten zelf te dragen, tenzij de webwinkel heeft nagelaten dit aan jou mee te delen. Dit geldt uiteraard niet indien het product niet naar behoren functioneert. In dat geval heb je recht op een vervangend product en zijn de retourkosten voor rekening van de verkopende partij.

Al deze rechten zijn leuk en aardig maar pas echt interessant wanneer je ze ook kan afdwingen. Gelukkig zijn veel webwinkels aangesloten bij keurmerken voor webwinkels zoals Thuiswinkel Waarborg en Stichting Webshop Keurmerk. Kom je er niet uit met de webwinkel maar is deze wel aangesloten bij een keurmerk, dan kun je een klacht indienen bij het betreffende webwinkel-keurmerk. Deze zal dan zoeken naar een passende oplossing. Overigens is het sinds februari 2016 ook mogelijk je klacht te melden bij het platform voor onlinegeschillenbeslechting. Dit is een initiatief vanuit de Europese Unie om het zowel voor consumenten als ondernemers mogelijk te maken om tot een effectieve geschillenoplossing te komen. Webwinkels zijn verplicht op zowel de website als in hun algemene voorwaarden naar dit platform te verwijzen.

Het mag helder zijn, informeer jezelf wanneer je een online-aankoop doet. Is er een standaardformulier aanwezig om de overeenkomst te ontbinden? Vermeldt de webwinkel wie de retourkosten draagt? Waar kan ik terecht met een eventuele klacht?

Het bovenstaande maakt duidelijk dat het aardig goed gesteld is met de online-consumentenbescherming in Nederland. Opvallende conclusie is dat je op dit moment je die nieuwe televisie beter online kan aanschaffen dan in de fysieke winkel.

Heb je vragen over het herroepingsrecht of zit je met een andere juridische kwestie? Neem dan hier contact met ons op voor gratis juridisch advies.

Dit artikel is geschreven door Roderik de Haan, medewerker bij het Juridisch Steunpunt.

Publicatiedatum: 22-06- 2016.

##DISCLAIMER##

Het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond (GSb) is een onderdeel van de Studentenlijn (LSVb). Het Juridisch Steunpunt besteedt veel aandacht aan de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. Het Juridisch Steunpunt Groningen is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele fouten en onvolkomenheden in de verstrekte informatie. Indien we opmerkzaam worden gemaakt van onjuistheden, zullen wij deze verbeteren. Tevens is het Juridisch Steunpunt Groningen niet aansprakelijk voor enige vorm van schade, materieel en immaterieel, veroorzaakt door het gebruik van de inhoud, goederen of diensten.


  • 0

Mijn OER is gewijzigd, wat nu?

Hogescholen en uoerniversiteiten zijn verplicht om voor elke opleiding of groep van opleidingen een onderwijs–en examenregeling (hierna: OER) vast te stellen en deze aan studenten kenbaar te maken. Veel studenten hebben echter nooit of zelden hun OER doorgenomen. Dit is jammer, aangezien het de geldende procedures en rechten en plichten met betrekking tot het onderwijs en de examens bevat. Het is wettelijk verplicht dat de OER regelingen moet bevatten over onder meer vrijstellingen, hoe en wanneer tentamens mogen worden afgenomen, nakijktermijnen en, indien van toepassing, de geldigheidsduur van tentamens. Naast wat het OER wettelijk moet bevatten, worden vaak ook extra regelingen opgenomen. Een veelvoorkomend voorbeeld hiervan is de wijze van inschrijving voor onderwijs en tentamens.
Veel studenten kijken pas voor het eerst in de OER als ze een conflict hebben met hun onderwijsinstelling. Een voorbeeld van zo’n probleem waar studenten vaak tegenaan lopen en wij dus ook al menige malen advies over hebben gegeven, is het (tussentijds) wijzigen van de OER ten nadele van een student.

Wijzigen van de OER
Niet alleen moet het instellingsbestuur van een hogeschool of universiteit een OER vaststellen voor elke opleiding of opleidingsgroep, het heeft ook de plicht om de OER regelmatig te beoordelen. Hieruit volgt logischerwijs dat er dan ook de mogelijkheid is om de OER aan te passen indien dit nodig wordt geacht.

Het wijzigen van het vakkenpakket is een wijziging die veel voorkomt en die over het algemeen een grote impact heeft op de student. In veel gevallen zal de onderwijsinstelling dan ook een overgangsregeling treffen. Deze zal dan te vinden zijn in de nieuwe OER. Mocht je niet volledig zeker zijn over de concrete gevolgen van de wijziging voor jou of over de invulling van de overgangsregeling, dan kan een gesprek met de studieadviseur of decaan vaak duidelijkheid bieden.
Het kan gebeuren dat een overgangsregeling ontbreekt of dat deze voor jou zeer nadelig is. Dan rest altijd nog de mogelijkheid om een verzoekschrift in te dienen bij de examencommissie waarin je vraagt om een oplossing voor jouw specifieke geval. Het is van belang dat je in dit verzoekschrift duidelijk aangeeft waarom de wijziging van de OER een nadelig effect op jouw situatie heeft en hoe de oplossing die jij aandraagt dit kan verhelpen.

Het instellen van een geldigheidsduur voor tentamens of het verkorten van de geldigheidsduur is ook een wijziging van de OER die veel invloed kan hebben op studenten. In tegenstelling tot het wijzigen van het vakkenpakket, is hiervoor de instemming van de faculteitsraad en de medezeggenschapsraad vereist. Dit benadrukt nog maar eens het belang voor studenten om op de hoogte te zijn van hun OER. Het zijn namelijk de studentenvertegenwoordigers die mee kunnen praten over een wijziging van de OER die kan leiden tot een verkorting of het instellen van de geldigheidsduur. Door te stemmen op een partij die tegen het instellen of verkorten van zo’n geldigheidsduur is, kun je dus voorkomen dat je later in de problemen komt.

Als de OER echter al is gewijzigd op dit punt en er geen overgangsregeling is getroffen, is het opsturen van een verzoekschrift naar de examencommissie met het verzoek om de geldigheidsduur van je tentamens te verlengen de enige mogelijkheid die je nog hebt.

Conclusie
Een onderwijsinstelling is bevoegd om de OER (tussentijds) te wijzigen wat een grote impact kan hebben op de studie van studenten. In veel gevallen wordt deze impact erkend en zal een overgangsregeling worden getroffen. Dit is echter niet altijd het geval en ook een overgangsregeling kan nadelig uitwerken voor een enkeling. In zulke gevallen kan het verstandig zijn om in een verzoekschrift aan de examencommissie om een alternatief te vragen. In geval van het vervallen van de geldigheid van je tentamens is het sturen van een verzoekschrift naar de examencommissie waarin je om verlening van de geldigheidsduur vraagt de enige mogelijkheid.

Mocht je nog vragen hebben over dit onderwerp, met een andere juridische vraag zitten of wil je graag hulp bij het opstellen van je bezwaarschrift neem dan vooral contact met ons op.

Dit artikel is geschreven door Stijn van Doorn, medewerker bij het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond.

Publicatiedatum: 10-5-2016.

Het Juridisch Steunpunt is van ma. t/m do. geopend van 12:00 tot 17:00 uur en bestaat uit meerdere medewerkers. Het kan zijn dat je vraag niet van begin tot eind door dezelfde medewerker behandeld wordt, maar dat je soms van een andere medewerker antwoord zult krijgen.

##DISCLAIMER##
Het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond (GSb) is een onderdeel van de Studentenlijn (LSVb). Het Juridisch Steunpunt besteedt veel aandacht aan de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie.Het Juridisch Steunpunt Groningen is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele fouten en onvolkomenheden in de verstrekte informatie. Indien we opmerkzaam worden gemaakt van onjuistheden, zullen wij deze verbeteren.Tevens is het Juridisch Steunpunt Groningen niet aansprakelijk voor enige vorm van schade, materieel en immaterieel, veroorzaakt door het gebruik van de inhoud, goederen of diensten.


  • 0

Betalen voor onderwijs: alleen collegegeld, toch…?

Elk jaar wordt het exwettelijk collegegeld verhoogd. Voor het jaar 2016-2017 is de hoogte van het collegegeld €1.984,- op basis van een voltijdse opleiding. Dit is veel geld voor een student en velen hebben dan ook moeite om dit te betalen. Menig student worstelt met zijn of haar financiële situatie. Je studie bekostigen wordt nog lastiger wanneer je hogeschool of universiteit je verplicht tot het betalen van extra kosten voor bijvoorbeeld een excursie of een licentie terwijl je al wettelijk collegegeld hebt betaald. Maar mag dit eigenlijk wel? Moet de onderwijsinstelling niet zelf alle kosten voldoen met betrekking tot onderwijs? Ze krijgen immers al een grote zak geld van de overheid en daarnaast ontvangen ze collegegelden.

Dit artikel zet kort uiteen wanneer je als student verplicht mag worden om te betalen voor onderwijs naast het collegegeld.
Als een student collegegeld heeft betaald, heeft hij recht op toegang tot onderwijs, tentamens en examens en bepaalde voorzieningen. Dit is bepaald in artikel 7.34 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: WHW). Deze begrippen zijn niet heel erg duidelijk. Om deze begrippen nader te duiden zijn er een aantal Kamervragen aan de minister gesteld. Aan de hand van deze kamervragen heeft de minister een brief opgesteld om meer duidelijkheid te scheppen. Hierin onderscheidt zij drie categorieën kosten.

Categorie 1: Kosten die onderwijsinstellingen hebben op basis van hun wettelijke taak zullen zij zelf moeten bekostigen.

Op grond van de WHW hebben onderwijsinstellingen de plicht te voldoen aan een aantal wettelijke taken. Als er kosten voortvloeien uit deze taken, mogen deze niet worden doorberekend aan de student. De instellingen zullen aan deze kosten moeten voldoen door gebruik te maken van de inkomsten die zij ontvangen uit collegegelden en de rijksbijdrage. Te denken valt aan kosten voor administratieve handelingen, zoals de uitgifte van een collegekaart of getuigschriften. Daarnaast mogen ook geen kosten aan studenten doorberekend worden voor het afnemen van tentamens (of hulpmiddelen hierbij) en voor het verzorgen van (interactieve) vormen waarmee de studenten aan de slag gaan met de studiestof.

Naast kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de wettelijke taak van de instelling, kunnen er ook kosten voortvloeien uit de aard van de opleiding. Als bepaalde kosten niet voortvloeien uit de aard van de opleiding die een student volgt, mogen deze worden doorberekend. Ter illustratie, bij een opleiding tot sportleraar mogen geen kosten worden doorberekend aan de studenten voor gebruik van de sportvoorzieningen. Deze voorzieningen vloeien namelijk voort uit de aard van de opleiding. Een student rechten die gebruik wil maken van dergelijke voorzieningen zou onder omstandigheden wel om een vergoeding gevraagd kunnen worden.

Categorie 2: Kosten verbonden aan onderwijsbenodigdheden en (bepaalde) –voorzieningen mogen uitsluitend op basis van vrijwilligheid worden doorberekend aan studenten.

Als een student verplicht wordt om te betalen voor een bepaald onderdeel van de opleiding, dan zal de instelling een gratis alternatief aan moeten bieden. Slechts in speciale gevallen is dit niet mogelijk. Wanneer een student materiaal nuttigt, zoals een maaltijd bij een voedingspracticum, mag bijvoorbeeld een (kleine) vergoeding worden gevraagd. De maaltijd vervangt namelijk bepaalde kosten die de student dan niet meer hoeft te maken. Bij verplichte excursies voor een bepaald vak geldt dat er een alternatieve opdracht, zoals het schrijven van een verslag, mogelijk moet zijn. Slechts in zeer exceptionele gevallen kan een excursie niet vervangbaar zijn (bijvoorbeeld een excursie naar Egypte voor de opleiding Egyptologie). Dit moet dan vastgelegd zijn in het Onderwijs- en Examenreglement.
Er wordt verwacht dat studenten zelf de kosten dragen van een aantal onderwijsbenodigdheden zoals boeken of een laboratoriumjas. De student mag wel zelf kiezen waar hij deze benodigdheden vandaan haalt. Bij onderwijsbenodigdheden kan de student ervoor kiezen gebruik te maken van een gratis of goedkoper alternatief, zoals het lenen bij de bibliotheek of het kopen van tweedehands waren.

Categorie 3: Kosten bij niet verplicht onderwijs en extra diensten en voorzieningen

Uiteraard staat het de student vrij zich breder te oriënteren dan de opleiding en in dat kader kunnen ook extracurriculaire activiteiten worden aangeboden. Deze activiteiten hebben geen verband met de te behalen studiepunten en kunnen gevolgd worden op basis van vrijwilligheid. Vanzelfsprekend mag een onderwijsinstelling voor dergelijke activiteiten extra kosten doorberekenen aan studenten.

Als laatste dient vermeld te worden dat de instelling vrij is om kosten te vragen aan studenten voor alle diensten die geen rechtstreeks verband houden met de opleiding en het onderwijs. Bijvoorbeeld het gebruik van een koffieapparaat of kopieermachine.

Zwartboek

Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) heeft een zwartboek opgesteld met betrekking tot extra kosten naast collegegeld. Indien het bovenstaande verhaal je bekend voorkomt en je je afvraagt of jouw specifieke situatie bekend is, kun je dit zwartboek altijd even raadplegen. Je kunt dit hier vinden.

 

Alhoewel extra kosten voor onderwijs een lastig juridisch gebied is, biedt de brief van de minister wel enige duidelijkheid. In de praktijk blijkt echter dat er nog wel, tegen de wet in, kosten worden doorberekend aan studenten waar dit niet is toegestaan. Ben je benieuwd hoe jouw specifieke situatie zich verhoudt met het juridische kader omtrent extra kosten voor onderwijs? Schroom dan niet om contact met ons op te nemen. Wij kunnen je voorzien van een goed onderbouwd juridisch advies dat je kunt gebruiken om deze kosten aan te vechten. En bovenal, het leven van een student is al duur genoeg, dus ons advies is altijd gratis!

Dit artikel is geschreven door Floris de Vriend, medewerker bij het Juridisch Steunpunt.

Publicatiedatum: 20-04-2016.

##DISCLAIMER##
Het Juridisch Steunpunt van de Groninger Studentenbond (GSb) is een onderdeel van de Studentenlijn (LSVb). Het Juridisch Steunpunt besteedt veel aandacht aan de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie.Het Juridisch Steunpunt Groningen is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele fouten en onvolkomenheden in de verstrekte informatie. Indien we opmerkzaam worden gemaakt van onjuistheden, zullen wij deze verbeteren.Tevens is het Juridisch Steunpunt Groningen niet aansprakelijk voor enige vorm van schade, materieel en immaterieel, veroorzaakt door het gebruik van de inhoud, goederen of diensten.


Voor slechts €10 per jaar ben je al lid en zorg je er voor dat wij voor studenten in Groningen kunnen opkomen!